De Tromp de Vriesschool
Schoolvereniging Rehoboth op Urk (waar ik woon) wil een van z’n scholen, de Rehobothschool, een nieuwe naam geven. Dit omdat er nogal eens verwarring is tussen de naam van de schoolvereniging en die van de school zelf. Beide hebben dezelfde naam en dat moet maar eens anders. Het publiek mag de keuze beïnvloeden, aldus Rehoboth. Welnu, ik heb een prima idee voor een nieuwe naam.
In Het Urkerland van een paar weken geleden zei Eldert Schouten van Rehoboth dat de nieuwe naam er eentje moet zijn waarin de christelijke identiteit van de school moet doorklinken. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. De (christelijke) identiteit zit ‘m niet in de naam van de school aan de buitenmuur, maar in hetgeen er binnen de schoolmuren wordt uitgedragen. Maar dat terzijde.
Mijn voorstel is de school te vernoemen naar de recent overleden Tromp de Vries. Hij past zeer zeker in het rijtje van roemruchte Urker namen die al op de gevels van verschillende basisscholen te vinden zijn: Cornelis Zeeman, Frits Bode of Harmpje Visser – namen die ons misschien niet zoveel meer zeggen, maar die een grote betekenis hebben gehad in het onderwijs op Urk, hetzij als bestuurder, hetzij als leerkracht.
Meester de Vries
Tromp de Vries hoort daar zéker bij. Dichter, meester, opvoeder, taalkundige, verhalenverteller, historicus, columnist, hoeder van (Urker) cultureel erfgoed, kerkenraadslid, maar vooral: Urker in hart en nieren. Door zijn werk als onderwijzer op Urk (in lager en voortgezet onderwijs) heeft hij honderden Urker kinderen groot zien worden. Zij kregen van meester De Vries een flinke portie bagage mee voor de rest van hun leven. Die bagage bestond niet alleen uit ‘schoolkennis’, maar ook uit kennis op historisch, cultureel en geestelijk vlak. Een onderwijzer zoals een onderwijzer hoort te zijn.
Zijn leerlingen waren hem er dankbaar voor. Zó dankbaar dat heel Urk hem tot aan zijn dood ‘meester’ De Vries noemde, ook al was hij al vele jaren met pensioen. Een eretitel waar nog altijd een beetje ontzag uit sprak. Want hij was voor vele generaties een echte ‘meester’, uit het oude hout gesneden.
Dichter
Maar er was meer. Hij was dichter; zo schreef hij de tekst van het Urker volkslied, ter gelegenheid van 1000 jaar Urk in 1968. Hij schreef jarenlang aansprekende columns in het kerkblad van de Gereformeerde Kerk, waarvan hij ook jarenlang kerkenraadslid en scriba was. Het belang dat hij hechtte aan een goede geschiedschrijving van Urk onderstreepte hij begin jaren ’80 met de oprichting van de Stichting Urker Uitgaven, waarvan hij voorzitter was. De stichting publiceerde vele boeken met daarin verhalen over Urk en Urkers die we anders allang vergeten zouden zijn.
Historie
Het werk voor Urker Uitgaven kwam op een cruciaal moment, begin jaren ’80. Urk groeide en groeide en de generatie die Urk nog als eiland had meegemaakt, dunde langzaam maar zeker uit. Voor de Urker geschiedenis was nauwelijks interesse, behalve dan voor het werk van Urker Volksleven. Om de historie van Urk (weer) te verlevendigen en aanspreekbaar te maken, werd Urker Uitgaven opgericht, en met succes – zonder het werk van De Vries en zijn mensen waren de verhalen over het oude Urk allang in de vergetelheid geraakt.
Niet voor niets werd hem in 1986 de Zilveren Anjer uitgereikt door prins Bernhard voor zijn vele werk dat hij heeft gedaan om het Urker cultureel erfgoed te bewaren.
Taalkundige
Vele boeken en publicaties heeft hij op zijn naam staan. Niet alleen over Urk, maar ook over zijn andere liefde: de taal. Hij was taalkundige en publiceerde veel over zaken die daarmee te maken hadden. Oók over het Urker dialect, onder meer het boek ‘Urker spukkies’ uit 1981.
Toen meester De Vries in 1997 tachtig jaar werd, kreeg hij als cadeau een gedenkboekje over hem en zijn tijdgenoten aangeboden. Een mooi boek, waarin de volgende herinnering stond van Sjoerd Snoek.
Stopverf
Het speelt zich af op 31 augustus 1941, de 18e verjaardag van Sjoerd. Hij is schilder en werkt die dag in de Vuurtorenstraat. “Ik had stopverf en dat was in die tijd voor veel kinderen een gewild artikel. Het was als boetseerklei voor veel dingen te gebruiken. Ik denk: ‘Het is mijn verjaardag, ik geef de kinderen een stukje stopverf’. Maar als vliegen op de stroop heb ik ze in een mum van tijd allemaal om me heen. Dan komt een jonge onderwijzer langs. Het is meester De Vries. Glimlachend zegt hij tegen me: ‘Dat zal een dure dag voor je worden’. En tot de kinderen: ‘Luister, als de schilder nu de stopverf aan de meester geeft, dan gaan we er in de klas iets moois van maken’. Een dreigend probleem op taktische wijze opgelost”.
Een wijze les van meester De Vries. Op creatieve wijze van iets doodgewoons iets uitdagends maken. Kinderen hun creativiteit de vrije loop laten. En bovendien een benauwde, jonge schilder nog uit de brand helpen ook. Dat tekent niet alleen een goed onderwijzer, het tekent ook meester De Vries.
In de leer
Een man die zijn leerlingen veel meer meegaf dan alleen maar lesstof. We kunnen als Urkers nog steeds veel van hem leren. Zijn we eigenlijk niet allemaal een beetje bij hem in de leer geweest?
Om die reden zou hij geëerd moeten worden zodat zijn werk en zijn nalatenschap voor de Urker bevolking – hoe jong ook - niet verloren gaat.
Daarom moet de Rehobothschool voortaan Tromp de Vriesschool heten. Of liever nog: Meester Tromp de Vriesschool.
-
Archief
- juli 2011 (1)
- mei 2011 (1)
- maart 2011 (1)
- januari 2011 (3)
- oktober 2010 (2)
- september 2010 (2)
- augustus 2010 (3)
- juli 2010 (5)
- juni 2010 (1)
- mei 2010 (1)
- april 2010 (2)
- maart 2010 (2)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties

